De kerntaak van een polder of een watering is de instandhouding van het waterlopenstelsel volgens de principes van het integraal waterbeleid. De wateringen kennen de pijnpunten van het watersysteem tot op perceelniveau, waardoor zij bij dreigend tekort of wateroverschot zowel proactief als reactief kunnen ingrijpen.
Richtlijnen op en langs de waterlopen
De eigenaars en gebruikers van de gronden die aan de waterloop palen zijn verplicht doorgang te verlenen voor het uitvoeren van de werken. Ze moeten zonder recht op vergoeding, de maai- en ruimspecie op hun gronden aanvaarden.
Om het machinale onderhoud van de waterloop met een kraan te kunnen uitvoeren, moet er minstens een strook van 5 m gemeten vanaf de kruin van de oever ten allen tijde vrij blijven van beplanting, stapeling of ophoging.
Afsluitingen in de langsrichting van de waterloop moeten ofwel op minstens 5 m staan of op maximum 1 m, maar in dat laatste geval mogen ze niet hoger zijn dan 1,5 m zodanig dat de kraan er overheen kan werken.
Hetzelfde geldt voor haagaanplanting. Deze moet door de eigenaar teruggesnoeid worden tot op de toegestane afmetingen.
Afsluitingen dwars op de waterloop moeten voorzien zijn van een opening van minimum 5 m of een makkelijk te openen of te verplaatsen toegang.
Bomen langs de waterloop dienen op minimum 10 meter van elkaar te staan rekening houdend met hun toekomstig volume en dit opdat de zwenkarm van de kraan er tussendoor zou kunnen werken.
Het bestuur van Watering de Molenbeek
Griffier-ontvanger : Ingrid Tambeur
og.wateringdemolenbeek@telenet.be
0486/31.88.11
Voorzitter : Alfred Roelandts
0495/58 44 31
Onder-voorzitter : André Jonkers
